Kijk nou eens!

Ik heb sinds kort zwemles. Echte zwemles. Nou ja, beter gezegd: borstcrawltraining.

Ik zwem regelmatig flink wat baantjes borstcrawl en ik dacht: ik wil hier beter in worden. Sneller ook. Maar bovenal wil ik voorkomen dat ik, als ik veel zwem, geblesseerd raak. Dus: mijn techniek moet beter. Ik overlegde met zweminstructeur Martijn Meijer en we besloten tot individuele lessen.

En dat blijkt toch leuk te zijn!!

Elk baantje dat ik zwem — soms zelfs maar een half baantje — wordt gefilmd. Als ik heen en weer ben gezwommen, bekijken we samen de beelden. Terugspoelen. Nog een keer kijken. Stilzetten.

Zwemmen blijkt een hartstikke technische sport.

Gelukkig ligt zwemmen me. Ik snap meestal vrij snel wat Martijn bedoelt als hij iets uitlegt. Maar als je vervolgens naar jezelf op beeld kijkt, zie je natuurlijk ook dat er nog van alles te verhapstukken is. Mijn ademhaling moet anders. De inslag van mijn armen kan beter. De hoek waarin ik mijn armen beweeg. Mijn benen. De breedte waarmee ik insteek. Het afmaken van een beweging. Kortom: genoeg te leren.

En daar lig ik dan in het water… Op mijn 52e. Iets nieuws te leren.

De beelden helpen daar enorm bij. Want we kunnen precies kijken: wat gebeurt hier nou? Waarom doe ik dit? Wat moet er anders? En vooral ook: wat gaat hier al wél goed?

En dat laatste daar ga ik zo vreselijk goed op! Kijken naar wat er wel goed gaat. De complimentjes…. Geen eenvoudig weg: goed gedaan hoor. Maar oprechte enthousiasme: “Kijk eens hoe goed dit nu gaat! Hoe je nu de hoek van je elleboog helemaal goed hebt!” De stralende ogen van Martijn daarbij. Oprecht…Kinderachtig dat ik daar zo van aanga? Gênant? Iets wat ik liever niet wil toegeven?

Natuurlijk hoor ik ook wat er anders moet. Genoeg zelfs. En soms kijken we naar iets en moeten we er samen gewoon om lachen. Omdat ik zelf ook wel zie: tja, wat deed ik dáár nou weer?

Maar steeds opnieuw wijst hij me ook op dat wat al lukt. Soms is dat maar een stukje van een beweging. Het begin is goed, maar ik maak hem nog niet goed af. Of een onderdeel klopt al, terwijl het volgende nog aandacht nodig heeft.

En ik denk alleen maar: Dit ga ik fiksen. Ik kan dit leren. Het is pas les drie. Ik heb er nog vijf. Dit gaat me lukken.

Ik houd er lol in. Ik kijk uit naar mijn volgende les. Ik vertrouw op zijn expertise en wil van hem leren. En ja, ik vind mijn instructeur ook gewoon aardig. Dat helpt. Hij is aardig voor mij, dus vind ik hem ook aardig en doe ik voor mijzelf, maar ook voor hem mijn best. Zo simpel kan het soms zijn. Zijn enthousiasme wordt mijn enthousiasme.

En ergens tijdens zo’n zwemles dacht ik ineens: dit is precies wat ik zelf ook meer wil doen. In mijn werk kom ik veel in klassen. Ik observeer leerkrachten. Ik geef feedback. Ik zie wat er anders kan, wat er beter kan. Dat is tenslotte een belangrijk deel van mijn werk. Maar ik zie ook prachtige dingen gebeuren. Kleine dingen soms, je moet ze zien, je moet er naar kijken, zoeken ook wel eens. En…. ik wil ze benoemen. Uitvergroten. Inzichtelijk maken. Oprecht vanuit mijn hart, vanuit de wetenschap hoe moeilijk lesgeven soms is. De frustratie, onzekerheid en waan van de dag kennende.

En ik wil dus  nog veel bewuster kijken. Niet alleen naar wat nog niet lukt, maar juist naar dat kleine stukje van een beweging dat al wel klopt. Naar die ene vraag die een leerkracht precies goed stelt. Naar die routine die staat als een huis. Naar dat moment waarop alle leerlingen aanhaken. Naar die instructie waarbij je ziet: ja, hier gebeurt het. Naar dat kind waarvan we steeds praten over wat het nog niet kan, terwijl er ondertussen van alles lukt.

En dat wil ik niet alleen zien.

Ik wil het zeggen.

Oprecht. Concreet. Vanuit mijn hart.

“Moet je kijken wat je hier doet. Zie je wat hier gebeurt? Dit is dus echt heel goed. Zie je welkeffect dit heeft! Zie je de ogen van die leerling?”.

Nu ik merk wat het met mij doet als lerende, waarom zou ik dat dan niet veel bewuster inzetten bij de leerkrachten met wie ik werk? En waarom zouden leerkrachten dat niet nog veel bewuster doen bij hun leerlingen? Niet van het kaliber: goed gedaan. Maar van het kaliber: ik begrijp hoe moeilijk dit is, ik weet wat er bij komt kijken en jij… je fixt het gewoon!

Dat betekent niet dat we niet meer benoemen wat beter moet. Martijn doet dat bij mij ook. Heel duidelijk zelfs. Maar het vertrekpunt verandert. Dat houdt of brengt in de mindset van leren. Het maakt dat je zin hebt om te oefenen. Dat fouten maken er bij hoort. Dat je denkt: dit kan ik nog niet, maar ik kom er wel.

Dus mijn nieuwe voornemen: meer oprechte complimenten geven. Samen genieten van wat lukt. En ik verwacht dat de leerkracht met wie ik werk zich beter voelt over zichzelf of de taak, meer wil leren en…. hetzelfde gaat doen met de leerlingen in de klas.

Want we leren veel meer als iemand naast ons staat die af en toe enthousiast naar het beeld wijst en zegt:

“Moet je kijken. Dit doe je al.”

Met dank aan Martijn Meier van @Swimtech4you die mijn liefde voor zwemmen alleen maar aanwakkert en bijdraagt aan een mooie ervaring die ik weer door kan geven!